Op tal van campings en recreatieparken in Nederland wonen mensen die nergens anders terecht kunnen. Zoals de camping Wildzicht in Leersum. ‘De rechter stelde dat zelfredzaamheid niet van deze mensen verwacht kan worden.

Twee ganzen en een paar kippen scharrelen rond op het campingterrein Wildzicht, midden op de Utrechtse Heuvelrug. Eigenaar Bert van Doorn, 51 jaar, is de toiletten in de zwarte schuur aan het schoonmaken. ‘Er komt straks iemand van Jeugdzorg bij een van de bewoners langs. Dan moet het er wel netjes uitzien.’
Ruim twintig jaar vangt Van Doorn hier mensen op zijn terrein mensen die nergens anders terecht kunnen. ‘Dan stond hier ‘s avonds een jongen met z’n auto vol spullen voor de deur. Door schulden z’n huis uitgezet. Andere campings sturen zo iemand dan snel weg, ik niet’, vertelt Bert. En zo heeft hij een naam opgebouwd. Zelfs de gemeente verwees vroeger mensen naar hem door en ook de politie in Driebergen belde hem in het verleden op of hij nog een caravan vrij had voor een gezin in nood.
Een rondje over het terrein. Vol met van alles. Van stenen, bouwafval, drie aanhangers vol met de meest uiteenlopende spullen. Overal staat wat ‘Bert gooit haast niks weg, hij recyclet’, zal later een bewoner glimlachend vertellen. Daar is niets te veel mee gezegd.
Van Doorn wijst naar een simpele caravan met voortent. Daar woont Miriam, een gescheiden vrouw, al jaren. ‘Iedereen heeft hier zijn eigen verhaal, een kruisje achter de naam. Hier op de camping zorgen we voor elkaar. En iedereen helpt ook mee, heeft een taak en we eten regelmatig samen. Toine helpt me met de paarden en Piet, die hier van z’n alcoholverslaving is afgekomen, is nu onze klusjesman.’
Er blijken meer caravans te staan tussen het groen. Van Doorn vertelt verder. ‘Daar woont een gezin met vier kinderen, ze zijn ook al jaren bij mij. Ik heb die kleintjes zien opgroeien.’ De doorstroom is afgelopen jaren door de crisis en het tekort op goedkope woningen wel wat gestokt. Van Doorn wijst op een heel oude caravan. ‘Daar woont Sonja, die laat zich weinig zien. Zo hebben we er wel meer, van die kluizenaars.’
Een uitzonderlijke uitspraak
Onder een afdak bij een andere caravan – tussen alle troep – valt een paarse flamingo op. De deur van de caravan staat open. Dit is het onderkomen van Kees – kale kop, brede schouders – die hier tussen het resultaat van zijn verzamelwoede woont. Kees verloor zijn baan en kwam op straat te staan, na allerlei omzwervingen kwam hij hier terecht.
‘Hij heeft zelfs nog een tijdje in de bossen bij Zeist gewoond, maar dat mocht niet’, vertelt buurvrouw Cynthia (27). Ook zij woont al weer een paar jaar op de camping. Ze wijst naar een keet, wat verderop. Het gaat goed, vertelt ze trots. ‘Ik werk nu in de supermarkt hier in het dorp. Ook mijn ouders zijn weer blij om me te zien. Ik heb veel mee gemaakt, zat lang in het loverboys circuit, maar hier ben ik echt opgekrabbeld.’
Binnenkort vertrekt Cynthia naar haar eigen huisje in Leersum. Ze heeft de urgentieverklaring van de gemeente al binnen. Net als de meeste bewoners. Van Doorn: ‘Er wordt nu echt werk van gemaakt. Eerst had de burgemeester Naafs het alleen maar over de troep hier, ‘over het zooitje ongeregeld’ dat hier zou wonen. Over het bestemmingsplan. Maar we hebben het wel over mensen, he? Na de uitspraak van de rechtbank is zijn toon veranderd. ‘
Het was de Utrechtse rechtbank die de bewoners van Wildzicht in juli onverwacht extra tijd gaf. De camping zou in juli ontruimd worden en de rechter oordeelde dat rekening gehouden moet worden met de bijzondere omstandigheden van de bewoners en dat de gemeente ze meer tijd moet geven om een andere woonruimte te zoeken.
Advocaat Jaap Willem Roozemond, die twaalf bewoners van Wildzicht vertegenwoordigt, noemt het een ‘uitzonderlijke uitspraak’. Het komt niet vaak voor dat de rechter een dergelijk termijn verlengt. ‘Het interessante is dat dat de rechter stelde dat zelfredzaamheid en eigen kracht, waar de overheid in de participatiesamenleving vanuit gaat, van deze mensen niet verwacht kan worden. De vlieger gaat hier niet op, zegt de rechter eigenlijk. Hier is maatwerk geboden.’
Roozemond, normaliter strafrechtadvocaat, heeft deze bestuurszaak samen collega Annefleur Oudijk aangenomen omdat hij de mensen op de camping ‘een warm hart toe draagt.’ ‘Er was daar een klein dorp ontstaan, ze hadden daar met Bert een eigen vangnet gecreëerd. Er waren ook geen klachten van omwonenden. Het functioneerde daar echt wel.’
’s Nachts een beetje rommelen
Ook het onbegrip op de camping in Leersum is groot. Eigenaar Bert schudt zijn hoofd, hij weet niet zo goed wat hij moet wanneer de laatste bewoner is vertrokken. De camping met al zijn bijzonder bewoners is zijn leven. ‘We hadden hier bijna de perfecte samenleving met elkaar. Mensen zoals hier, blijf je altijd houden in de samenleving. Ze hebben moeite zich staande te houden in een gewone maatschappij.’
Bewoonster Cynthia knikt. Fel: ‘We worden soms vergeleken met Fort Oranje, maar dit hier is tegenovergestelde van Fort Oranje. Dat was een onderduikadres voor criminelen. Dit is juist een plek om op te krabbelen. We helpen elkaar hier.’ Buurman Kees zucht. Ook hij krijgt binnenkort de sleutel van eigen huisje. Hij staat niet te springen, was liever hier op de camping gebleven. ‘Waar moet ik met al m’n spullen naar toe? En dan ik heb straks ook weer een buurman. Kan ik ’s nachts niet een beetje rommelen.’
In de donkere kantine – een skelet bungelt aan de muur, een grote Harley Davidsonvlag boven de bar – zit Peter (55) op zijn vaste plek achter de bar. Hij is een van de bewoners en barman. Hij heeft net zijn laatste nacht in zijn caravan doorgebracht. Na zes jaar vertrekt hij nu naar een kamer in Zeist, van het Leger des Heils, hij gaat een hulptraject in. ‘Ze gaan me helpen om zaken op orde te krijgen.’ Hij haalt z’n schouders op. Voor hem had het niet gehoeven. Hij vond het hier best op de camping.
Maarten Harff van het Leger des Heils komt de kantine binnengelopen, hij begeleidt een aantal mensen hier. Het Leger des Heils is een van de organisaties die door de gemeente is ingeschakeld om de bewoners aan vervangende woonruimte te helpen. Een aantal bewoners is al vertrokken. Harff schudt eigenaar Bert hartelijk de hand. Bert geeft echt om zijn mensen, klinkt het. ‘Het vreemde is dat deze camping weg moet, terwijl op andere plaatsen juist de behoefte aan de Skaeve Huse ontstaan. Vergelijkbaar maar dan georganiseerd door de overheid.’ Harff weet heel goed dat voor een aantal bewoners het leven in stad of dorp erg ingewikkeld is.
Verwijzen naar de camping
De situatie op camping Wildzicht in Leersum staat niet op zichzelf. Op meerdere plaatsen in het land zijn soortgelijke toevluchtsoorden ontstaan, vaak jarenlang oogluikend toegestaan door autoriteiten. Op de Veluwe werken inmiddels elf gemeenten samen met de sector om afglijdende reactieparken en camping te helpen. ‘Het werd ons snel duidelijk dat er op de parken veel mensen wonen die niet in de categorie recreant vallen. Van de gescheiden vader tot de arbeidsmigrant’, vertelt programmamanager Rob van den Hazel van Vitale Vakantieparken. De sociale problematiek is de afgelopen jaren gegroeid, zegt hij. ‘Mensen uit de GGZ-hoek, gezinnen zonder inkomen.’ Hij weet dat instellingen in de randstad cliënten soms naar ‘de camping’ verwijzen. Niet onbegrijpelijk, wat moeten ze anders? Mensen op straat zetten?’
Op de Veluwe wordt nu aan een gezamenlijke, bovenregionale aanpak, aan een inventarisatie. Van den Hazel: ‘We moeten grip krijgen op de omvang van problematiek en dat kunnen kleine gemeente niet alleen. Voor veel mensen zal vervangende woonruimte en zorgtraject worden gevonden. Op de Veluwe hebben we bijna vijfhonderd parken, we weten niet om hoeveel mensen het gaat, maar het zal een veelvoud zijn.’
Diana Nieuwold van het Leger des Heils vreest eveneens dat sprake is van een grote groep die campings en parken is aangewezen. ‘De groep dak -en thuislozen is het afgelopen jaar voor het eerst, na jaren stabiliteit, weer gegroeid. Dat zegt veel. De groep die tussen wal en schip valt, die sociaal wordt uitgesloten, groeit. Een gevolg van de extramuralisering en we staan nu aan de vooravond van de nieuwe bezuinigingen op de beschermd wonen voorzieningen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de afbouw en wij vrezen dat er zo weer een nieuwe groep ontstaat die in de opvang, in de bossen of op de camping opduikt. En het is in Nederland buitengewoon ingewikkeld om je dan weer door alle bureaucratie heen te bijten.’
Ze ziet dat gemeenten vaak inzetten op handhaving en openbare orde. ‘Maar ik zou graag een apèl op de gemeentes doen, die een dergelijke plek hebben binnen hun grenzen om eerst een GGZ-outreach-team erop af te sturen. Het maakt in wezen niet wie het doet, het gaat erom dat mensen gevonden worden.’ Een taak voor dorps- of wijkteams. ‘Dat zou heel mooi zijn, maar gebeurt nauwelijks. Begrijpelijk als je weet dat een wijkteammedewerker gemiddeld een caseload van zeventig of tachtig mensen heeft.’
Misère
Met media-aandacht voor de ontruiming van Fort Oranje in Brabant is het onderwerp in ieder geval wel bij veel gemeenten op het netvlies komen te staan. Dat merkt ook sectormanager Mark van Beers van de GGD West-Brabant, nauw betrokken bij Fort Oranje. Het was burgemeester Leny Poppe-de Looff van de gemeente Zundert die de GGD eind 2013 vroeg deel te nemen aan een handhavingsactie op de camping. Na enige interne twijfel besloot de GGD in te gaan op het verzoek. ‘De misère die we aantroffen was schrikbarend. Ook onze mensen die toch wel wat gewend zijn, waren echt geschokt.’ Van Beers benadrukt dat wat ‘aard en omvang’ betreft Fort Oranje wel uniek is. ‘Maar er zijn zeker meer van dit soort plaatsen. In Brabant ken ik er al meerdere.’
Volgens Van Beers is er voor de GGD zeker een rol weggelegd in de aanpak van deze complexe problematiek. ‘We willen als GGD opstaan voor de kwetsbaren in de samenleving. Geen holle frase. We hebben bij Fort Oranje een regisserende en coördinerende rol – naar de gemeente en andere betrokken zorgpartners toe. Dat moet je ook gegund worden.’ Hij wijst ook op GGD-taken als jeugdgezondheidzorg, de openbare geestelijke gezondheidszorg en de medische milieukunde.

Een andere belangrijke rol, noemt hij het agenderen van de problematiek op de bestuurlijke agenda. ‘We proberen de 18 gemeenten waar we werkzaam zijn duidelijk te maken dat er in ons zorgsysteem in een hiaat maakt, waardoor mensen in dergelijke situaties belanden. Blijkbaar hebben we in een welvarend land als het onze, nog steeds dit soort plaatsen nodig.’
De tips van Van Beers na Fort Oranje? ‘Ik zou als GGD eens heel praktisch kijken naar de adressen waar meer dan vijftien kinderen staan ingeschreven. Dan kom je, net als wij, op plekken waar je voorheen niet kwam. Begin daar eens mee. Een andere tip trek samen op met handhaving, maak werkafspraken. Dat is misschien voor ons de belangrijkste eye-opener geweest in het hele proces.’

Gepubliceerd in Zorg + Welzijn nov 2017