Cateraar, fietsenmaker, handelaar of kapper. Nieuwkomers in Nederland zijn hun ondernemersgeest niet verloren. Zij willen ook hier een eigen zaak opbouwen. Overal in het land – van Maastricht tot in Groningen – ontstaan nieuwe initiatieven om hen daarbij te helpen.

Hij weet het nog goed. Hoe hij in het Friese dorp bij een kapsalon binnenstapte en al gebarend duidelijk maakte dat hij graag aan de slag wilde. Helaas. De Friese kapster schudde haar hoofd resoluut. Het ongeduld van Maher Mansur was groot, hij wilde liever vandaag dan morgen aan het werk. “Ik zal nooit de woorden van de ambtenaar in Ter Apel vergeten. Zij zag mijn wanhoop en zei dat ik in Nederland als kapper zou kunnen werken. Dat gaf hoop.” De 40-jarige kapper – hip staartje achterop zijn hoofd – slikt. Die eerste maanden in Nederland waren zwaar. “Ineens was ik niemand meer. Minder dan niks, alles weg. Ik vond het zo moeilijk om met mijn bord in de rij voor eten te staan.” Hij vertelt over zijn leven in Damascus. Hoe hij op z’n 23ste zijn eigen zaak runde. Later had hij drie salons, een restaurant en een eigen designkledingmerk, met
zijn broer. Hij knipte Syrische sterren, kwam vaak op tv. “Ik was bekend, reisde veel. Ook naar kappersshows in Europa.” De oorlog verpestte alles. Maher kwam zoals zoveel landgenoten via Turkije naar Europa, naar Nederland. De wanhoop in het Friese dorp was groot. Via via hoorde hij dat hij naar Utrecht moest. Een kleine kapsalon in de wijk Lombok kon wel een kapper gebruiken. Hij aarzelde geen moment en stapte in de trein naar Utrecht. “Ik kon aan de slag, drie keer per week ging ik terug naar Leeuwarden om mijn vingerafdruk te zetten. Maar ik was zo blij dat ik weer in een kapsalon stond. Weer klanten had.” Hij bouwde snel een eigen klantenkring op. ’s Avonds dook hij in de Nederlandse studieboeken. Hij moest en zou de taal leren. Onmisbaar in zijn vak. Hij leerde Fatima kennen, een vriendelijke klant. Onder indruk van zijn verhaal. Maher vertelde haar over zijn droom om weer een eigen zaak te openen. ”Weet je hoe lastig dat is in Nederland, was haar eerste reactie. Maar zij heeft me geholpen. Met alle papieren, met een kleine lening. Ze geloofde in me.” Trots: “Acht maanden na mijn komst in Nederland opende ik mijn eigen zaak. De stoelen en wastafels vond ik op Markplaats.” Inmiddels, vier jaar verder, is hij verhuisd naar een groter pand aan de Amsterdamsestraatweg en heeft hij vier mensen in dienst. Vorig jaar opende hij een tweede Salon Maher in Rotterdam. Aan de muur hangen zijn nieuwe kapperscertificaten. In het Nederlands. “Dit is nog maar het begin.”
IN HET BLOED
Overal in Nederland dromen vluchtelingen over een nieuw bestaan als ondernemer. Zoals het echtpaar Fathalla in Breda. Zij openden vorig jaar – een jaar na hun aankomst in Nederland – eigen cateringbedrijf Emissa. De 45-jarige Nisreen vertelt hoe ze vroeger in het Syrische Homs een goedlopende zaak in babykleding had. Later – op de vlucht voor de oorlog – opende ze met haar man een klein restaurant in een andere stad. Opnieuw moest het echtpaar vluchten. Na verblijf in Libanon en Turkije kwamen ze in Nederland. Het ondernemen zit in haar bloed, zegt Nisreen. Eenmaal ‘geland’ in Breda wilde het echtpaar weer aan de slag. Liefst met een eigen zaak. “Ik heb altijd gewerkt, ik kan niet thuis zitten.”
Ook de Fathalla’s kregen hulp. Niet van een welwillende burger, maar van de gemeente. De gemeente Breda heeft in 2016 besloten om een traject voor ondernemende statushouders te starten, vertelt wethouder Marianne de Bie. “We zagen snel in dat onder de groep statushouders een behoorlijk aantal ondernemers zat, mensen die ook hier een eigen bedrijf wilden starten.” De selectie voor het ondernemers- traject werd onderdeel van de integrale aanpak. De regisseur, zoals de casemanager in Breda heet, gaat in gesprek met de nieuwkomers over hun ervaringen, competenties en drive. Mogelijk geschikte kandidaten worden doorverwezen naar Business Coach Breda, een programma voor beginnende ondernemers, al jaren geleden geïnitieerd door de gemeente Breda en uitgevoerd door bureau Zaken Expert. De Bie: “We hebben al doende heel veel geleerd. Je bent er niet door deze ondernemende mensen alleen een businessplan te laten schrijven.”
Volgens directeur Farid Darkaoui van Zaken Expert staat of valt de aanpak met intensieve begeleiding. “Je moet voortdurend de vinger aan de pols houden. Zakendoen in Nederland is toch anders dan in bijvoorbeeld Syrië. We zien bij de deelnemers veel ervaring en motivatie, maar ze zijn ook gewend aan informele netwerken, en dat werkt hier niet zo.”
HENGEL KOPEN Ook de vele regels, de gang langs alle ‘loketten’, de financiering, het vinden van een bedrijfspand: het zijn stuk voor stuk stappen waarbij hulp van groot belang is. Darkaoui: “Zelfredzaamheid is belangrijk – als coach geven wij iemand liever een hengel dan een vis – maar bij deze groep moet je wel meegaan om die hengel te kopen. Dat betekent in de praktijk dat je ook moet aanschuiven bij de onderhandelingen over een pand.” Wethouder De Bie waarschuwt collega’s van andere gemeenten voor al te hooggespannen verwachtingen. Van de zeventien statushouders die in Breda meedoen, zijn er inmiddels vier een eigen bedrijf begonnen en uitgestroomd uit de bijstand. Zes anderen zijn begonnen met parttime ondernemen en de andere deelnemers zitten nog in de startersfase. “Het was ons ook te doen om die ervaring, dat leren. Ik sta daar nog steeds achter. Ik geloof echt dat een aantal nieuwkomers het best gedijt als zelfstandig ondernemer.”
MOBIELE FIETSENMAKER Ook in Twente worden vluchtelingen geholpen bij het realiseren van hun droom. De Start-up Accellerator for Refugees (Star/T) is een initiatief van een aantal sociale ondernemers uit Enschede, in samenwerking met Universiteit Twente en ondersteund door de gemeenten in de regio. Lenneke Niënhuis, regiocoördinator en beleidsadviseur in Enschede, is nauw betrokken bij het intensieve programma van Star/T, dat uit twee onderdelen bestaat. In het eerste deel wordt ingezoomd op de talenten van de deelnemer en het ontwerp van de onderneming, waarna een pitchbijeenkomst volgt. “Het is een heel diverse groep. We hebben de oudere traditionele ondernemers, die vroeger al een bedrijf hadden, en we hebben een groep innovatieve en creatievelingen, die nog niet precies weten wat ze willen maar wel graag willen ondernemen.” Als voorbeeld noemt ze Aziz, die vroeger in Aleppo een mooi autobedrijf had, waar hij auto’s wrapte. “Hij spuit ze niet, maar beplakt ze met een soort folie. Hij heeft nu een uitgewerkt ondernemersplan en zoekt alleen nog een bedrijfspand. Zijn eerste klanten heeft hij al.” Een ander bijzonder voorbeeld is dat van de mobiele fietsenmaker. “Die is al tijdens de Accelarator met zijn zaak begonnen. Dat laat ook wel zijn gedrevenheid zien.” De kracht van het Twentse programma zit volgens Niënhuis in de regionale samenwerking. “We maken echt gebruik van de bestaande structuren die er al zijn voor mensen in de bijstand. Zoals de ROZ Twente (Regionale Organisatie Zelfstandigen), die mensen uit de bijstand begeleidt. Ook het Ondernemersloket is aangehaakt. Dat betekent dat we ook hulp kunnen inroepen als er bijvoorbeeld wordt gezocht naar een bedrijfsruimte. Het is belangrijk om statushouders alleen in een uitzonderingspositie te plaatsen wanneer dat echt nodig is.”
BOOTCAMP Kilometers verderop, in Zuid-Limburg, worden eveneens ondernemende statushouders geselecteerd. Docent Fouad de Vries van Zuyd Hogeschool heeft al een aantal gedreven kandidaten voorbij zien komen. Nu wordt er gewerkt aan een ondernemersprogramma voor vluchtelingen. De Vries legt uit: “Internationalise
ring is een van onze belangrijkste pijlers. Daaruit is een pre-bachelor voor vluchtelingen voortgekomen. Gaande de rit kwamen we erachter dat in veel inburgeringsprogramma’s geen aandacht wordt besteed aan ondernemersvaardigheden.” Toen bleek dat ook de Europese Unie op zoek was naar interessante initiatieven rondom ‘entrepreneurship for migrants’, ging het balletje rollen. Zuyd Hogeschool heeft in samenwerking met partnerhogescholen uit België en Engeland een Europese subsidie binnengehaald en kon aan de slag. Inmiddels is er samen met de regionale partners ROC Leeuwenborgh, Stichting Jong Ondernemen en Vluchtelingenwerk Limburg een intensief programma ontwikkeld. Daarbij leren de statushouders in veertien weken ondernemersskills. “Vaardigheden waaraan ze later in het bedrijfsleven ook veel hebben of waarmee ze echt een eigen onderneming kunnen gaan opzetten.” Het programma begint met een bootcamp in Maastricht, praktische lessen door het roc en intensieve begeleiding door Zuyd Hogeschool. De Vries: “De begeleiding is natuurlijk heel belangrijk, dat blijkt ook uit projecten elders in het land. Het resultaat zal afhangen van de specifieke gemeente. Niet alle gemeenten zijn even enthousiast. Waarom een speciaal programma voor statushouders? Annie uit Heerlen die een uitkering heeft en een schoonheidssalon wil beginnen, wil ook wel meedoen aan zo’n programma. Maar de statushouders hebben een dusdanige specifieke achtergrond dat dit vraagt om maatwerkt.” Terug naar Utrecht. Wat vindt de gedreven kapper uit Damascus van de initiatieven voor ondernemende nieuwkomers? Een grote glimlach. “Ondernemen kun
je niet in de schoolbanken leren, dat zit in je bloed. Maar extra ondersteuning is zeker belangrijk. Zeker in de bureaucratie. Zelf vond ik het lastig en moeilijk te begrijpen dat ik – omdat ik al werkte – nergens voor in aanmerking kwam. Nieuwkomers met een uitkering wel. Zij krijgen bijvoorbeeld geld voor de inrichting van hun huis. Een beetje hulp was in het begin zeker welkom geweest. Ik heb zelf nooit een uitkering gehad.”