Met open eettafels, kerstactiviteiten en zelfs een eigen week heeft eenzaamheid over aandacht niet te klagen. Het besef dat eenzaamheid slecht is voor de gezondheid groeit hard en in veel gemeenten broeden beleidsmakers op plannen om eenzaamheid tegen te gaan. Maar in hoeverre is de overheid eigenlijk verantwoordelijk voor ons geluk?
Slaat de bemoeizucht soms niet door?
Sprank maakt een ronde langs beleids- makers, wetenschappers, projectleiders en
de enige wethouder van Geluk in Nederland.

We beginnen bij Arie Ouwerkerk, al jaren bezig met eenzaamheid. De directeur van Coalitie Erbij is blij met alle aandacht voor het onderwerp. “Per definitie goed”, klinkt het zonder enige aarzeling. Het is bijna tien jaar geleden dat de maatschappelijke organisaties – van De Zonnebloem tot het Leger des Heils – besloten de handen ineen te slaan en samen tegen eenzaamheid op te treden. Zij zagen de bui al hangen, zegt Ouwerkerk. Hij somt op: “De dubbele vergrijzing, de afbouw van de verzorgingsstaat, het groeiend aantal eenpersoonshuishoudens, de trend om ouderen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen.” Inmiddels telt Coalitie Erbij acht partners en 35 leden. Sinds 2009 wordt het initiatief gesteund door het ministerie van VWS. “We weten steeds meer over de impact van eenzaamheid. Er is de laatste tien jaar veel onderzoek gedaan dat nog maar eens laat zien dat een mens een sociaal wezen is en contacten echt nodig heeft. Eenzame mensen lopen de kans vroegtijdig te overlijden en ook de kans op depressies, chronische aandoeningen en hartproblemen neemt toe.” Het besef dat het loont om te investeren in het voorkomen van eenzaamheid is gegroeid. “Dat past ook in de Wmo-gedachte. Willen we de kosten voor de zorg in de hand houden, dan moeten we mensen hier nu bij helpen.” Dat is eenvoudiger gezegd dan gedaan. Eenzaamheid is een complex en subjectief thema, stelt de directeur. “Door het taboe op eenzaamheid is het erg moeilijk om mensen in beweging te krijgen. In onze samenleving wordt eenzaamheid toch gezien als een persoonlijk falen.” De definitie van alleen en eenzaam is voor iedereen anders. Ouwerkerk wijst op het onderzoek van socioloog Jenny Gierveld waaruit blijkt dat ouderen in het hoge noorden van Finland, die maar twee keer per jaar familie en kleinkinderen zien, minder eenzaam zijn dan ouderen in Toscane. “Dat heeft alles te maken met verwachtingen.” Er is ook nog veel discussie over de aanpak van eenzaamheid – zowel binnen de wetenschap als daarbuiten. “Er wordt van alles georganiseerd waarvan we vaak niet weten of het echt werkt. Gelukkig zien we ook steeds meer onderzoek op dat gebied. Zo weten we dat het belangrijk is dat mensen zich van betekenis voelen. Maar er gaat nog veel mis. Iemand met een folder aanspreken als ‘eenzaam’ werkt bijvoorbeeld echt niet.” Het wordt nog complexer, gaat Ouwerkerk verder. “Want wanneer is eenzaamheid problematisch?” Hij wijst op de verschillende cijfers die in omloop zijn en waarschuwt voor overdrijving. “Eenzaamheid hoort deels bij het leven. Maar ernstige eenzaamheid is wat anders, daar moeten we ons op concentreren. Als je roept dat de helft van de Nederlanders eenzaam is, dan zegt dat niet zo veel.”
Is de aanpak van zo’n complex en subjectief probleem als eenzaamheid wel een taak van de overheid? Ouwerkerk glimlacht. “De gemeenteambtenaar hoeft niet op de koffie te gaan, maar het is wel degelijk een taak van de overheid. De gemeente moet weten of de eenzaamheid gevolgschade is van andere problemen, zoals armoede of een overbelaste mantelzorger. Daar kun je als gemeente of welzijnsinstelling wat aan doen. En kleine interventies kunnen ook geen kwaad. Iemand die zijn of haar partner is verloren voelt zich misschien heel eenzaam. Dat verlies los je niet op met een ochtend koffiedrinken, maar een beetje afleiding kan iemand wel door de dag helpen. Zo is het met eenzaamheid; alle beetjes helpen. Dit is geen probleem met grote oplossingen.” Eenzaamheid. Een lastig thema dus. Verre van eenduidig en met een weinig sluitende aanpak. Toch storten tal van gemeenten zich op het onderwerp. ‘Vooral onder kwetsbaren neemt de eenzaamheid toe’ kopte de Volkskrant op 4 december nog. Uit de monitor Sociaal Domein van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat 22 procent van de ouderen die maatschappelijke ondersteuning krijgen van de gemeente zich eenzaam voelt. Gemeenten kunnen nog veel meer doen, vinden de SCP-onderzoekers. En ook in het nieuwe regeerakkoord komen we het woord tegen. Het kabinet trekt de komende jaren acht miljoen uit voor de uitwisseling van effectieve ‘lokale aanpakken van eenzaamheid.
✭✭✭ Goed om eens te praten met Theo van Tilburg, hoogleraar sociologie aan de VU in Amsterdam. De professor ziet overal in het land interventies rondom eenzaamheid als paddenstoelen uit de grond schieten. “Daar hoeven we niet vrolijk van te worden”, stelt hij onomwonden. “Veel interventies zijn eenmalige activiteiten die volstrekt niet geleerd hebben van ervaringen elders. Het lijkt een race naar het meest creatieve idee. Na afloop heeft niemand de neiging om eens kritisch te kijken wat ze nu eigenlijk gedaan hebben.” Glimlachend: “Begrijp me niet verkeerd. Er zitten vaak alleen maar goede bedoelingen achter en deze activiteiten zijn niet schadelijk, maar we moeten niet de illusie hebben dat ze helpen tegen eenzaamheid. Deze activiteiten worden vaak georganiseerd door vrijwilligers of door professionals van welzijnsinstellingen, veelal doeners; het ontbreekt hen aan tijd om in de juiste aanpak te duiken. Het opzetten van een goede, onderbouwde interventie ís ook niet eenvoudig.”
Het onderliggende probleem volgens Van Tilburg – ook bij activiteiten van grote maatschappelijke organisaties – is dat bij voorbaat al besloten is dat de organisaties of vrijwilligers ‘goed werk doen’. “Niemand die daaraan twijfelt; als we iemand een geraniumplantje bezorgen, bewijzen we hem of haar een goede dienst. Er is niets verkeerds aan, maar het lost de eenzaamheid niet op.”

✭✭✭ Wat dan wel? In opdracht van ZonMw werkt Van Tilburg samen met de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) aan richtlijnen voor wijkverpleegkundigen om eenzaamheid te bestrijden. “Naast het creëren van ontmoetingsplaatsen is het van belang om mensen vaardigheden bij te brengen; veel mensen zijn niet in staat een goed gesprek aan te gaan. Ze willen bijvoorbeeld zelf van alles kwijt, maar zijn niet geïnteresseerd in een ander.” Daar maak je geen vrienden mee, klinkt het droogjes. De verwachtingen van de eenzamen zijn vaak erg hoog, weet de professor. “Als je een nieuwe persoon ontmoet, gaat die je niet meteen uit de eenzaamheid verlossen. Vaardigheidstrainingen kunnen zeker helpen; in Amerika hebben ze daar ervaring mee. Daarnaast moet er meer onderzoek komen en moet de tijd genomen worden voor de juiste aanpak.” De juiste aanpak. Een rondgang online laat zien dat veel gemeenten het thema omarmen. Van het actieplan ‘Voor Mekaar’ in Rotterdam tot ‘Brielle tegen eenzaamheid en ‘Ik ben eenzaam’, het Wmo-loket van de gemeente Aalten. Andere gemeenten vermijden het E-woord, zoals ’s-Hertogenbosch – daar heet het ‘Samen is leuker’ – en Hellevoetsluis – ‘Fijn je te zien’.

✭✭✭ Ook in Amsterdam, waar ruim 65 duizend mensen zich ernstig eenzaam voelen, wordt werk gemaakt van eenzaamheid. Marijke Andeweg, regisseur eenzaamheid, kreeg van de gemeenteraad de opdracht een effectieve aanpak te ontwikkelen, zoals ze eerder voor Gezond Gewicht deed. Andeweg gaat niet over een nacht ijs en heeft eerst aan een snapshot van de stad gewerkt om de problematiek te ontleden. “Mijn specialiteit ligt in het bouwen van effectieve aanpakken, daar waar praten ophoudt en doen moet beginnen. De crux is om wetenschap en praktijk veel meer bij elkaar te brengen. En dan niet door ze op een congresje bij elkaar te zetten, maar door ze echt te
laten samenwerken.” Met de vraag of de bestrijding van eenzaamheid een taak van de overheid is, hoef je bij Andeweg niet aan te komen. “Dat vind ik een zotte vraag. Gemeenten trekken al geld uit om het welzijn van burgers te bevorderen. Bovendien hebben we in Amsterdam een traditie om te zorgen voor onze burgers. We hebben al veel vaker een maatschappelijk probleem opgepakt, we blijven niet aan de kant staan. Een werkende effectieve aanpak kan ook alleen maar tot stand komen als er je de tijd en ruimte voor neemt, door in te zetten op preventie en al doende te leren.” Eenzaamheid neemt bovendien enorme proporties aan, benadrukt ze. “We moeten inzetten op preventie en voorkomen dat het erger wordt, want de schade van ernstige eenzaamheid is zo massief, zo verschrikkelijk. Mensen gaan er echt eerder dood van.”
Amsterdam kijkt, samen met de wetenschap, kritisch naar interventies. “Er gebeurt ontzettend veel. Dat betekent dat het enorm leeft in de samenleving. Maar voor je het weet heb je een hoop losse aanpakken en dat is niet hetzelfde als een samenhangend beleid. Begin bij wat er is. We buigen ons nu over de vraag: hoe ziet een samenleving die minder eenzaamheid produceert er eigenlijk uit? Dat is geen betutteling, dat is omzien naar elkaar.”
✭✭✭ Tijd voor een totaal andere kijk op de zaak. We bellen met Paul Frissen, hoogleraar bestuurskunde aan Tilburg University en bestuursvoorzitter van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. Frissen begint met drie vragen. “Ten eerste: wat is de aard van het probleem en kunnen we er wel iets aan doen? Het komt mij voor dat het nogal een subjectieve kwestie is, net als de beleving van veiligheid. Je kunt wel wat objectieve factoren in beeld proberen te brengen, zoals het aantal contacten en de kwaliteit van het netwerk, maar dat maakt het een tandje ingewikkelder.” Een nog belangrijkere vraag volgens de professor is in hoeverre een deel van de eenzaamheid niet het gevolg is van specifiek overheidsbeleid. “De vergelijking met de verwarde-personen-problematiek ligt daarbij voor de hand. Dat er meer verwarde personen zijn kan weleens te
DIRECTEUR OUWERKERK (COALITIE ERBIJ): ‘ In onze samenleving zien we eenzaamheid als persoonlijk falen’
SOCIOLOOG VAN TILBURG: ‘ Veel interventies zijn eenmalige activiteiten die niets geleerd hebben van ervaringen elders’
MARIJKE ANDEWEG (AMSTERDAM): ‘ De schade van ernstige eenzaamheid is verschrikkelijk; mensen gaan er echt eerder dood van’
>
Is de aanpak van zo’n complex en subjectief probleem als eenzaamheid wel een taak van de overheid? Ouwerkerk glimlacht. “De gemeenteambtenaar hoeft niet op de koffie te gaan, maar het is wel degelijk een taak van de overheid. De gemeente moet weten of de eenzaamheid gevolgschade is van andere problemen, zoals armoede of een overbelaste mantelzorger. Daar kun je als gemeente of welzijnsinstelling wat aan doen. En kleine interventies kunnen ook geen kwaad. Iemand die zijn of haar partner is verloren voelt zich misschien heel eenzaam. Dat verlies los je niet op met een ochtend koffiedrinken, maar een beetje afleiding kan iemand wel door de dag helpen. Zo is het met eenzaamheid; alle beetjes helpen. Dit is geen probleem met grote oplossingen.” Eenzaamheid. Een lastig thema dus. Verre van eenduidig en met een weinig sluitende aanpak. Toch storten tal van gemeenten zich op het onderwerp. ‘Vooral onder kwetsbaren neemt de eenzaamheid toe’ kopte de Volkskrant op 4 december nog. Uit de monitor Sociaal Domein van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat 22 procent van de ouderen die maatschappelijke ondersteuning krijgen van de gemeente zich eenzaam voelt. Gemeenten kunnen nog veel meer doen, vinden de SCP-onderzoekers. En ook in het nieuwe regeerakkoord komen we het woord tegen. Het kabinet trekt de komende jaren acht miljoen uit voor de uitwisseling van effectieve ‘lokale aanpakken van eenzaamheid.
✭✭✭ Goed om eens te praten met Theo van Tilburg, hoogleraar sociologie aan de VU in Amsterdam. De professor ziet overal in het land interventies rondom eenzaamheid als paddenstoelen uit de grond schieten. “Daar hoeven we niet vrolijk van te worden”, stelt hij onomwonden. “Veel interventies zijn eenmalige activiteiten die volstrekt niet geleerd hebben van ervaringen elders. Het lijkt een race naar het meest creatieve idee. Na afloop heeft niemand de neiging om eens kritisch te kijken wat ze nu eigenlijk gedaan hebben.” Glimlachend: “Begrijp me niet verkeerd. Er zitten vaak alleen maar goede bedoelingen achter en deze activiteiten zijn niet schadelijk, maar we moeten niet de illusie hebben dat ze helpen tegen eenzaamheid. Deze activiteiten worden vaak georganiseerd door vrijwilligers of door professionals van welzijnsinstellingen, veelal doeners; het ontbreekt hen aan tijd om in de juiste aanpak te duiken. Het opzetten van een goede, onderbouwde interventie ís ook niet eenvoudig.”
Het onderliggende probleem volgens Van Tilburg – ook bij activiteiten van grote maatschappelijke organisaties – is dat bij voorbaat al besloten is dat de organisaties of vrijwilligers ‘goed werk doen’. “Niemand die daaraan twijfelt; als we iemand een geraniumplantje bezorgen, bewijzen we hem of haar een goede dienst. Er is niets verkeerds aan, maar het lost de eenzaamheid niet op.”

✭✭✭ Wat dan wel? In opdracht van ZonMw werkt Van Tilburg samen met de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) aan richtlijnen voor wijkverpleegkundigen om eenzaamheid te bestrijden. “Naast het creëren van ontmoetingsplaatsen is het van belang om mensen vaardigheden bij te brengen; veel mensen zijn niet in staat een goed gesprek aan te gaan. Ze willen bijvoorbeeld zelf van alles kwijt, maar zijn niet geïnteresseerd in een ander.” Daar maak je geen vrienden mee, klinkt het droogjes. De verwachtingen van de eenzamen zijn vaak erg hoog, weet de professor. “Als je een nieuwe persoon ontmoet, gaat die je niet meteen uit de eenzaamheid verlossen. Vaardigheidstrainingen kunnen zeker helpen; in Amerika hebben ze daar ervaring mee. Daarnaast moet er meer onderzoek komen en moet de tijd genomen worden voor de juiste aanpak.” De juiste aanpak. Een rondgang online laat zien dat veel gemeenten het thema omarmen. Van het actieplan ‘Voor Mekaar’ in Rotterdam tot ‘Brielle tegen eenzaamheid en ‘Ik ben eenzaam’, het Wmo-loket van de gemeente Aalten. Andere gemeenten vermijden het E-woord, zoals ’s-Hertogenbosch – daar heet het ‘Samen is leuker’ – en Hellevoetsluis – ‘Fijn je te zien’.

✭✭✭ Ook in Amsterdam, waar ruim 65 duizend mensen zich ernstig eenzaam voelen, wordt werk gemaakt van eenzaamheid. Marijke Andeweg, regisseur eenzaamheid, kreeg van de gemeenteraad de opdracht een effectieve aanpak te ontwikkelen, zoals ze eerder voor Gezond Gewicht deed. Andeweg gaat niet over een nacht ijs en heeft eerst aan een snapshot van de stad gewerkt om de problematiek te ontleden. “Mijn specialiteit ligt in het bouwen van effectieve aanpakken, daar waar praten ophoudt en doen moet beginnen. De crux is om wetenschap en praktijk veel meer bij elkaar te brengen. En dan niet door ze op een congresje bij elkaar te zetten, maar door ze echt te
laten samenwerken.” Met de vraag of de bestrijding van eenzaamheid een taak van de overheid is, hoef je bij Andeweg niet aan te komen. “Dat vind ik een zotte vraag. Gemeenten trekken al geld uit om het welzijn van burgers te bevorderen. Bovendien hebben we in Amsterdam een traditie om te zorgen voor onze burgers. We hebben al veel vaker een maatschappelijk probleem opgepakt, we blijven niet aan de kant staan. Een werkende effectieve aanpak kan ook alleen maar tot stand komen als er je de tijd en ruimte voor neemt, door in te zetten op preventie en al doende te leren.” Eenzaamheid neemt bovendien enorme proporties aan, benadrukt ze. “We moeten inzetten op preventie en voorkomen dat het erger wordt, want de schade van ernstige eenzaamheid is zo massief, zo verschrikkelijk. Mensen gaan er echt eerder dood van.”
Amsterdam kijkt, samen met de wetenschap, kritisch naar interventies. “Er gebeurt ontzettend veel. Dat betekent dat het enorm leeft in de samenleving. Maar voor je het weet heb je een hoop losse aanpakken en dat is niet hetzelfde als een samenhangend beleid. Begin bij wat er is. We buigen ons nu over de vraag: hoe ziet een samenleving die minder eenzaamheid produceert er eigenlijk uit? Dat is geen betutteling, dat is omzien naar elkaar.”
✭✭✭ Tijd voor een totaal andere kijk op de zaak. We bellen met Paul Frissen, hoogleraar bestuurskunde aan Tilburg University en bestuursvoorzitter van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. Frissen begint met drie vragen. “Ten eerste: wat is de aard van het probleem en kunnen we er wel iets aan doen? Het komt mij voor dat het nogal een subjectieve kwestie is, net als de beleving van veiligheid. Je kunt wel wat objectieve factoren in beeld proberen te brengen, zoals het aantal contacten en de kwaliteit van het netwerk, maar dat maakt het een tandje ingewikkelder.” Een nog belangrijkere vraag volgens de professor is in hoeverre een deel van de eenzaamheid niet het gevolg is van specifiek overheidsbeleid. “De vergelijking met de verwarde-personen-problematiek ligt daarbij voor de hand. Dat er meer verwarde personen zijn kan weleens te
DIRECTEUR OUWERKERK (COALITIE ERBIJ): ‘ In onze samenleving zien we eenzaamheid als persoonlijk falen’
SOCIOLOOG VAN TILBURG: ‘ Veel interventies zijn eenmalige activiteiten die niets geleerd hebben van ervaringen elders’
MARIJKE ANDEWEG (AMSTERDAM): ‘ De schade van ernstige eenzaamheid is verschrikkelijk; mensen gaan er echt eerder dood van’
>
14 december 2017
8
maken hebben met allerlei maatregelen in de psychiatrie. Bij eenzaamheid is dat net zo. Het feit dat het voorzieningenniveau is versoberd, zou een verklaring kunnen zijn. We lezen ook veelvuldig dat in de participatiesamenleving een redelijke mate van zelfredzaamheid wordt verwacht; dat veronderstelt nogal wat competenties.” En dan is er nog de normatieve kant van het verhaal, zoals Frissen het noemt. “Moet de overheid iets vinden van of zich bemoeien met zaken in de privésfeer? Je kunt vaststellen dat ze dat op grote schaal doet. Je ziet keer op keer dat er een probleem wordt gesignaleerd, waarna dat probleem verkend wordt en er nader onderzoek volgt en voor je het weet is het probleem groter. Eenzaamheid lijkt me een onderwerp dat zich hiervoor uitstekend leent. Dan treedt de hele riedel in werking en krijg je een afdeling eenzaamheid, een ketenbenadering en een aanjaagteam.” Frissen benadrukt dat hij de problematiek rondom eenzaamheid allesbehalve wil bagatelliseren. “Er zijn ernstige vormen van eenzaamheid, maar eenzaamheid hangt ook samen met het bestaan van de mens; we worden ook allemaal ouder.” De vraag is: kunnen we iets aan eenzaamheid doen? Ja, stelt Frissen. Vroeger werd die rol opgepakt door het maatschappelijk middenveld, door de kerken of verenigingen. Inmiddels is veel daarvan het domein van de overheid geworden. “Dat vind ik toch gevaarlijker; voor je het weet gaat de overheid niet alleen nadenken over wat eenzaamheid is, maar ook over wat een gelukkig leven is. Daar word ik wel een beetje zenuwachtig van. Je zou zomaar een vervelende meerderheid kunnen hebben die daar allerlei specifieke opvattingen over heeft.” Het geloof in de maakbaarheid van de samenleving, in interventies en een activistische overheid is de afgelopen decennia enorm toegenomen, concludeert Frissen. “Ik heb de voorbije jaren ook het denken over het ‘gezond gewicht’ gevolgd. Dan heb je het over een volstrekt moraliserende overheid die vindt dat je zoveel moet wegen en minimaal een half uur per dag in een te kort broekje over straat moet rennen. Dat is gezondheid en dik zijn is lelijk, dat zit erachter. En het erge is, burgers accepteren dit allemaal. Sterker nog: we doen daaraan mee en vinden dat de overheid zich overal mee moet bemoeien. Zeker met de buurman.”

✭✭✭ Op naar Schagen. Het gemeentebestuur van de kleine gemeente in Noord-Holland stelt het geluk van de burger
centraal. Alle uitgaven van de begroting worden getoetst aan de vraag of deze bijdragen aan het geluk van de burger. De gemeente heeft behalve een projectleider Geluk ook een wethouder aan het thema gekoppeld: Jan Steven van Dijk – wethouder Geluk en Financiën. De aangewezen persoon om onze vragen voor te leggen. “Alle ogen zijn nu op Schagen gericht”, vertelt hij met enige trots. “Men hoopt dat wij een begin van een antwoord hebben.” Eeder dit jaar bleek tijdens een congres dat Schagen organiseerde hoeveel andere gemeenten ook bezig zijn met het thema geluk. “Er wordt veelal lacherig over gedaan – dat deed ik in eerste instantie ook; ik moest meteen denken aan klankschalen en wierrook. Maar toen ben ik erover gaan nadenken.” Hij grijpt terug naar het verre verleden. “Vroeger, toen we hier nog in een berenvel en met een knots rondliepen, zorgden we voor onszelf. Later verdeelden we de taken en weer later wezen we een dorpsoudste aan om alles te regelen, om het samenleven zo goed mogelijk te laten verlopen. Die functie heeft de overheid eigenlijk nog steeds. We zijn er niet om regels te handhaven of te bedenken, maar om het samenleven te optimaliseren. Dus om bij te dragen aan het geluk van mensen. Om te voorkomen dat we in een eindeloze politieke discussie belanden over de vraag ‘wat is geluk?’, zijn we te rade gegaan bij de wetenschap.” De Erasmus Universiteit in Rotterdam heeft onderzoek gedaan naar het geluk in de gemeente. Wat bleek: de inwoners van Schagen zijn al erg gelukkig. Werk, een betrouwbare overheid en sociale contacten bleken belangrijke geluksfactoren. “Een mens is nu eenmaal een sociaal wezen. Die ontmoetingen moeten we als overheid faciliteren.” En hoe zit het dan met betutteling? De gelukswethouder lacht – werken aan geluk maakt vrolijk. “Bij geluk denken mensen in eerste instantie aan een mooie zonsondergang of die woeste eerste verliefdheid. Met geluk bedoelen wij duurzaam primair geluk, zoals het hebben van zinvol werk, je verbonden voelen met je buurt en het verbeteren van contact met anderen. Dat kunnen we faciliteren. Ik kan de mensen niet zelf gelukkig maken.” *
GELUKSWETHOUDER VAN DIJK (SCHAGEN): ‘ Ik deed er eerst ook lacherig over, moest denken aan klankschalen en wierrook …’
HOOGLERAAR FRISSEN: ‘ Voor je het weet gaat de overheid ook nadenken over wat een gelukkig leven is; daar word ik zenuwachtig van’